Biologische hartklepprothese met stent
links: SAPIEN XT™, fa. Edwards
rechts: CoreValve™, fa. Medtronic
Aortaklepvervanging met behulp van een katheter
Wanneer een conventionele hartklepoperatie niet in aanmerking komt
Vernauwing van de aortaklep is de meest voorkomende hartklepaandoening in de geïndustrialiseerde landen. Met een stijgende levensverwachting vormt dit een aandoening van vooral oude mensen. De operatieve vervanging van de aortaklep is een standaardprocedure met zeer goede klinische resultaten. Desondanks kan voor oudere patiënten met belangrijke bijkomende aandoeningen een gebruikelijke hartklepoperatie te riskant zijn. Om die reden adviseren huisartsen resp. cardiologen ca. 30 - 60% van deze risicopatiënten geen chirurgische therapie. De ernstige hartklepaandoening blijft dus onbehandeld.
Door de aortaklepvervanging met behulp van een katheter wordt een groot operatietrauma voorkomen en er wordt in de regel geen hart-longmachine bij gebruikt. Daardoor dient zich voor de desbetreffende risicopatiënten voor de eerste keer een effectieve en behoedzame therapieoptie aan.
Behoedzame hartklepvervanging door moderne kathetertechniek
De aortaklepvervanging met behulp van een katheter combineert een ballonverwijding van de vernauwde, zieke hartklep met de plaatsing van een biologische hartklepprothese. Het grote voordeel van deze methode is, dat de borstkas van de patiënt niet geopend hoeft te worden, omdat de nieuwe hartklep via de bovenbeenslagader (transfemoraal) of via een kleine snede tussen de ribben (transapicaal) wordt geplaatst.
Na een ballonverwijding van de zieke eigen hartklep wordt de in elkaar gevouwen hartklepprothese op de ballonkatheter geplaatst en met behulp van een inbrenghulpmiddel naar de plaats waar de eigen aortaklep zich bevindt, geschoven. Twee markeringen op de ballon van de katheter zorgen er tijdens het invoeren voor dat deze zichtbaar is en dat de juiste positie van de biologische hartklepprothese wordt bepaald. Deze bestaat uit een fijn rastervlechtwerk van roestvrij staal (stent) en een weefselklep met drie slippen.
Wanneer de katheter op de plaats van bestemming aankomt, wordt de biologische hartklepprothese gepositioneerd: De arts zet deze vast in de klepring van de zieke aortaklep. Door vloeistof in de ballon te injecteren, wordt de nieuwe klep opengevouwen en de zieke aortaklep tegelijkertijd naar buiten gedrukt. De prothese werkt direct en neemt de functie van de klep volledig over, zodra de ballonkatheter wordt verwijderd.
Transfemorale toegang (inbrengen van de katheter via de liesslagader)
Het kathetersysteem wordt via een kleine snede in de lies, in de liesslagader ingebracht en naar het hart geschoven. Alvorens de hartklepprothese te positioneren, wordt eerst de vernauwde eigen aortaklep met behulp van een ballon verwijd. De procedure vindt plaats onder röntgendoorlichting. Nadat het systeem in de juiste positie naar voren is geschoven, wordt de klep opengevouwen en de positie en functie gecontroleerd met behulp van echocardiografie en doorlichting. Aan het eind van de operatie wordt de liesslagader gesloten en de daarboven liggende huidlagen worden gehecht. Voor de toepassing van de transfemorale techniek zijn goede anatomische verhoudingen van de lies- en bekkenslagaders een voorwaarde. Daarom moet vóór de ingreep o.a. een bekken-been-angiografie met behulp van CT/MRT worden uitgevoerd.
Om een animatiefilm van de ingreep aftespelen klikt u aub. op het ondere scherm.
Animatiefilm: fa. Edwards
Transapicale toegang (inbrengen van de katheter via de hartpunt)
De katheter wordt naar het hart geleid via een kleine snede onder de linkertepel. Daaronder bevindt zich de hartpunt waardoor de katheter naar binnen wordt geleid en de hartklepprothese wordt geïmplanteerd. Onder bewegende röntgenbeelden wordt de linkerhartpunt aangeprikt en wordt er een soepele geleidingsdraad in het hart gepositioneerd. Ook bij de transapicale techniek wordt de zieke, vernauwde aortaklep eerst opengerekt. Na een positiecontrole wederom onder röntgen-doorlichting wordt de nieuwe klepprothese in de aortaring vastgezet. Net als bij de transfemorale techniek wordt de positie en functie van de klepprothese gecontroleerd met behulp van echocardiografie en doorlichting.
Om een animatiefilm van de ingreep aftespelen klickt u aub. op het ondere scherm.
Animatiefilm: fa. Edwards
Veiligheid door een interdisciplinair team van specialisten
In de Schüchtermann-Klinik werd de aortaklepvervanging met behulp van een katheter al in 2008 ingevoerd. Ondertussen werden meer dan 150 risicopatiënten met succes behandeld. Daarmee behoort de Schüchtermann-Klinik in heel Duitsland tot de hartcentra die de grootste ervaring hebben met deze nieuwe techniek.
De ingrepen worden uitgevoerd door een gespecialiseerd team van interventiecardiologen, hartchirurgen en anesthesisten in een hybride operatiekamer. De patiënt ondergaat de ingreep in de regel onder volledige narcose. In afzonderlijke gevallen is echter ook een roesje voldoende. Om veiligheidsredenen vindt elke ingreep plaats terwijl de hart-longmachine gereedstaat, de duur van de ingreep bedraagt ca. 1 uur.
Om bloedstolsels bij de biologische hartklep te voorkomen, moeten patiënten na de aortaklepvervanging met behulp van een katheter gedurende 3 maanden een speciaal antistollingsgeneesmiddel (Clopidogrel) en na deze periode levenslang ASS innemen.
Toepassing van de nieuwe methode beperkt tot patiënten met een hoog risico
In Duitsland zijn ondertussen enkele duizenden ingrepen op deze wijze uitgevoerd. Volgens de actuele stand van onderzoek en eigen ervaringen gaat het om een geschikte nieuwe methode voor risicopatiënten. Dit betreft zowel de goede resultaten kort na de ingreep als een duidelijk beter klinisch verloop tijdens de volgende 2 jaar in vergelijking met patiënten die alleen een therapie met medicijnen ondergaan.
De toepassing van deze methode bij patiënten met een gering risico bij een conventionele hartklepoperatie is echter niet zinvol vanwege onvoldoende ervaring met het verloop over een langere periode.
Voor informatie over conventionele hartklep operatie, klikt u hier.




