Foto 1: röntgenfoto vóór implantatie van een CRT-systeem met vergroot hart en centrale stuwing als teken van ernstige hartzwakte
Foto 2: röntgenfoto 3 maanden na implantatie van een CRT-systeem met een duidelijk zichtbare verbetering van de hartzwakte
Behandeling van hartzwakte
Wanneer het hart zwak wordt
Om ervoor te zorgen dat het hart zijn veeleisende taak kan vervullen, is het, behalve een goede doorbloeding, aangewezen op een goede functie van de hartspier. Hartzwakte (hartinsufficiëntie) is de aanduiding voor een aandoening, waarbij de hartspier zover is verzwakt, dat deze niet meer in staat is het bloed voldoende sterk of voldoende snel door de bloedvaten te pompen. Vervolgens ontstaat er een bloedophoping vóór het hart, men spreekt van hartzwakte of van hartinsufficiëntie.
De oorzaak van hartsufficiëntie ligt in een acute of sluipende beschadiging van de hartspier door o.a.:
- aandoening van de hartvaten
- hartinfarct
- hoge bloeddruk
- hartaandoeningen die de hartspier of de hartkleppen direct aantasten
Wanneer de klachten plotseling en binnen korte tijd optreden, spreekt men van een acute hartinsufficiëntie. De chronische hartinsufficiëntie daarentegen ontwikkelt zich vaak sluipend, meestal gedurende maanden of jaren.
Doordat de hartspier verzwakt is, hebben de betrokken patiënten symptomen die het gevolg zijn van het feit, dat het hart bij belasting niet meer kan zorgen voor een voldoende doorbloeding van het lichaam en zich bloed voor het hart ophoopt. Vroegtijdige symptomen van hartzwakte zijn:
- verminderde lichamelijke belastbaarheid
- ademnood bij zware lichamelijke inspanning, traplopen of tijdens het sporten
- vochtophoping (oedemen) in enkels en wreven
De vochtophoping kan tijdens het verdere ziekteverloop ook andere organen treffen, waardoor een gewichtstoename ontstaat. Bij gevorderde hartinsufficiëntie ontstaat zelfs bij geringe belasting of in rust ademnood.
Men maakt onderscheid tussen verschillende stadia van hartinsufficiëntie:
- in geringe mate met symptomen bij zeer zware lichamelijke inspanning
- in ernstige mate met symptomen zoals ademnood in rust
Afhankelijk van het stadium van hartinsufficiëntie wordt ook de noodzakelijke behandeling bepaald.
Het zwakke hart kan door middel van verschillende maatregelen worden ondersteund
In principe dient bij hartzwakte de basisaandoening optimaal te worden behandeld. Wanneer er sprake is van hoge bloeddruk of een aandoening van de hartvaten moet deze optimaal worden behandeld en in tweede instantie gericht de hartzwakte die hiervan het gevolg is.
Een gezonde leefwijze is principieel erg belangrijk. Daartoe behoren de controle van het lichaamsgewicht, gezonde eet- en drinkgewoonten, voldoende lichamelijke beweging en het beperken resp. vermijden van alcohol en nicotine.
Afhankelijk van de ernst van de hartinsufficiëntie en eventueel daarmee gepaard gaande symptomen, worden de volgende groepen medicijnen, in het bijzonder ook in combinatie, gebruikt:
- ACE-remmers moeten het voortschrijden van hartzwakte voorkomen en de symptomen ervan verlichten
- diuretica dienen het aanwezige vocht in vochtophopingen af te voeren
- angiotensine-II-receptor-antagonisten lijken op de ACE-remmers en worden toegepast, wanneer ACE-remmers bijvoorbeeld niet worden verdragen
- bètablokkers moeten de hartfrequentie en de bloeddruk verlagen en de zuurstofbehoefte van het hart verminderen
- digitalisglycosiden moten de samentrekkingskracht van de hartspier verbeteren
In speciale gevallen kunnen bovendien ook vaatverwijdende, hartritmestabiliserende of bloedstollingsremmende medicijnen noodzakelijk zijn.
Wanneer medicijnen voor de behandeling van hartzwakte niet meer voldoende zijn
In bepaalde situaties van hartinsufficiëntie bestaat er geen gecoördineerde hartslag meer tussen de beide hartkamers, in het bijzonder in de afzonderlijke tussenschotten van de linkerhartkamer, hetgeen ook nog leidt tot een verslechtering van de hartzwakte. Ondanks een optimale therapie met medicijnen vertonen de betrokken patiënten vaak een ernstig stadium van hun hartzwakte met een aanzienlijke beperking van de lichamelijke belastbaarheid. Dat resulteert deels ook in een aanzienlijke vermindering van de levenskwaliteit.
Door een gerichte stimulatie van de beide hartkamers (resynchronisatie van het hart) met moderne pacemakers of defibrillatoren kunnen desbetreffende patiënten tegenwoordig worden geholpen. De cardiale resynchronisatietherapie (CRT) stemt de activiteit van de hartkamers weer op elkaar af en verbetert zo ook de hartzwakte.
De implantatie van een dergelijk systeem voor de resynchronisatietherapie – pacemaker of defibrillator – vormt een uitdaging voor de chirurgen, omdat er niet alleen een stimulatie-elektrode in de rechterhartboezem en nog een in de rechterhartkamer nodig is. Bovendien is er vaak een moeilijk te plaatsen extra elektrode nodig in de linkerhartkamer. Wanneer het lukt deze elektrode op de juiste plaats te implanteren, kan door middel van een gecoördineerde elektrische stimulatie ook het mechanische samenspel van de afzonderlijke hartgedeelten duidelijk worden verbeterd resp. idealiter weer worden genormaliseerd (geresynchroniseerd).
Het gevolg is dat de pompfunctie van het hart en daarmee ook de hartzwakte worden verbeterd. Veel patiënten voelen zich direct na de implantatie van het systeem al duidelijk beter, bij anderen vindt een gelijkmatige verbetering in de loop van de volgende weken en maanden plaats. Parallel moet de hartzwakte en de daaraan ten grondslag liggende basisaandoening ook verder met medicijnen worden behandeld.
Wanneer er bovendien nog sprake is van levensbedreigende hartritmestoornissen, dan wordt voor een resynchronisatietherapie in de regel een defibrillator geïmplanteerd. Deze herkent hartritmestoornissen automatisch, documenteert deze en behandelt de ritmestoornissen overeenkomstig de individuele programmering van het apparaat. Deze gecombineerde apparaten voor de resynchronisatietherapie en voor een defibrillatie bieden tegelijkertijd bescherming tegen een plotselinge hartdood.
Veiligheid door zeer moderne medische techniek
De inplanting van een resynchronisatiesysteem wordt in de regel onder volledige narcose uitgevoerd, in afzonderlijke gevallen ook onder plaatselijke verdoving. De ingreep vindt plaats onder steriele operatieomstandigheden. Daarbij wordt de patiënt afgedekt met een steriel laken. Tijdens de ingreep wordt de patiënt gecontroleerd met behulp van een zeer moderne bloedsomloop- en ademmonitoring. De implantatie van een resynchronisatiesysteem duurt in de Schüchtermann-Klinik ca. 2 uur.
Cardiale resynchronisatietherapie: veilig en succesvol
In Duitsland worden elk jaar ca. 3500 CRT-systemen ingeplant. Omdat er normaliter 3 sondes (in de rechterboezem, in de rechterkamer en in de linkerkamer) worden geïmplanteerd, spreekt men ook wel van 3-kamersystemen. Het risico tijdens de ingreep is ondanks de daaraan ten grondslag liggende ernstige hartzwakte onder de genoemde optimale controle van de patiënt tijdens de operatie laag.
Resultaten van grote internationale studies die ondertussen beschikbaar zijn, tonen aan dat de patiënten met gevorderde hartzwakte en waarbij sprake is van asynchroniteit van het hart van deze therapievorm profiteren. Lichamelijke belastbaarheid, levenskwaliteit en zelfs de levensverwachting worden beter.
In principe gelden voor 3-kamersystemen dezelfde veiligheidsinstructies als voor patiënten met gebruikelijke systemen. Meer informatie hierover vindt u op Behandeling van hartritmestoornissen.




